Studiekosten

Het niet is alleen belangrijk om goed opgeleid personeel binnen te halen, maar ook om deze te behouden. Investeren in het personeel is daarbij onontbeerlijk. Vaak wordt samen met werknemers in functioneringsgesprekken persoonlijke ontwikkelingsplannen (POP)  vastgelegd. Daarin wordt onder meer vastgelegd welke opleidingen en/of cursussen de werknemer gaat volgen. Natuurlijk hangen aan deze opleidingen een prijskaartje. Vaak draagt de werkgever (gedeeltelijk) de kosten voor deze opleidingen draagt. Daarom is het voor de werkgever niet wenselijk dat werknemers, nadat zij de begeerde opleiding hebben afgerond, de organisatie verlaten. Om te voorkomen dat op deze manier kapitaal en kennis wegvloeit, is vaak in de arbeidsovereenkomst een studiebeding afgesproken.

In het studiekostenbeding komen de werkgever en werknemer overeen dat de werkgever de opleidingskosten voor zijn rekening neemt en de werknemer bij het verlaten van de organisatie voor een bepaalde termijn een vergoeding aan de werkgever betaalt. Met het studiekostenbeding beschermt de werkgever in feite dat zijn investeringen met het verloop in zijn personeelsbestand verloren gaan.

Van belang is nog om hier te vermelden dat de aan het studiekostenbeding gekoppelde terugbetalingsregeling moet voldoen aan bepaalde voorwaarden. Zijn de voorwaarden in strijd met de redelijkheid en billijkheid en het goed werkgeverschap dan kan dit onder omstandigheden er toe leiden dat een rechtbank het beding ongeldig verklaard.