Niet aanvaarden passende arbeid vs. verwijtbare werkloosheid

Sinds enige tijd heeft UWV het begrip “verwijtbare werkloosheid” verruimd. Dit betekent dat een werknemer niet altijd meer hoeft te verweren tegen een beëindiging van het dienstverband, zonder daarmee zijn WW-rechten te verliezen. Tegenwoordig is het dan ook gangbaar en veelvoorkomend dat partijen een beëindiging met wederzijds goedvinden afstemmen en vastleggen in een vaststellings- of beëindigingsovereenkomst. Hiermee blijft voor u als werknemer het recht op een WW-uitkering bestaan, mits in de overeenkomst duidelijk staat vermeld dat (1) werkgever het initiatief heeft genomen, (2) werknemer geen verwijt valt te maken en (3) en geen sprake is van een dringende reden.

Naast het bovenstaande ziet u soms nog als aanvulling dat werkgever geen andere passende werkzaamheden voor de werknemer voorhanden heeft. Een dergelijke aanvulling wordt alleen nog niet als standaard gebruikt in een vaststellings- of beëindigingsovereenkomst. Daarentegen bepaalt artikel 24 lid 1 sub b Werkloosheidswet onder meer dat een werknemer moet voorkomen dat hij werkloos wordt of blijft doordat hij heeft nagelaten passende arbeid te aanvaarden of door eigen toedoen geen passende arbeid heeft verkregen. Voor het toekennen van een WW-uitkering zal UWV dus ook toetsen of er bij de beëindiging van een dienstverband geen andere passende mogelijkheden waren. Met dit in gedachte, is het dan wel of niet noodzakelijk om in een vaststellings- of beëindigingsovereenkomst ook op te nemen dat er geen andere passende werkzaamheden beschikbaar zijn?

Volgens vaste rechtspraak heeft artikel 24 lid 1 sub b Werkloosheidswet niet alleen betrekking op de situatie tijdens de duur van de werkloosheid, maar ook op de situatie vóór aanvang van de werkloosheid. Daarnaast zijn er uitspraken waarin werd geoordeeld dat er een causaal verband bestaat tussen het niet aanvaarden van passende arbeid en werkloosheid. Het oordeel luidde dat door het niet aanvaarden van passende werkzaamheden de werknemer zijn plicht uit artikel 24 lid 1 sub b Werkloosheidswet niet is nagekomen en daardoor werkloos is geraakt. UWV had dus terecht een WW-uitkering geweigerd.

Conclusie

Indien u te maken krijgt met een vaststellings- of beëindigingsovereenkomst, kies dan het zekere voor het onzekere en zorg ervoor dat werkgever – naast vermelding dat werkgever het initiatief heeft genomen, u niet verwijtbaar bent en er geen sprake is van een dringende reden – tevens in de overeenkomst opneemt dat er geen sprake is van andere passende werkzaamheden! Pas hierna zijn uw WW-rechten echt voor zover mogelijk veiliggesteld.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.