Het ontslagrecht voor ambtenaren en de werkloosheidsuitkering

Een werknemer treedt in dienst bij zijn werkgever door het sluiten van een arbeidsovereenkomst. Daarbij geldt dat sprake is van een aanbod en de aanvaarding daarvan. Op het moment dat een ambtenaar in dienst treedt bij een overheidswerkgever wordt deze ambtenaar eenzijdig door een besluit van het daartoe bevoegde orgaan aangesteld. Daarmee is er een groot verschil tussen de wijze waarop een medewerker in dienst treedt bij een “gewone” werkgever en een overheidswerkgever.
Anders dan privaatrechtelijke werkgever die bijvoorbeeld een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst moet indienen bij de kantonrechter of de ontslagvergunningsprocedure moet volgen bij het UWV, kan de overheidswerkgever volstaan met het nemen van een ontslagbesluit voor de ambtenaar.

Dit artikel beperkt zich tot het bespreken van het ontslagrecht voor ambtenaren en de werkloosheidsuitkering. In dit artikel is alleen de WW-uitkering betrokken welke op grond van de Werkloosheidswet aan een ambtenaar toegekend kan worden. De boven- en nawettelijke werkloosheidsuitkeringen zijn hierbij buiten beschouwing gelaten.
In het eerste gedeelte van dit artikel wordt ingegaan op het gesloten stelsel van het ontslagrecht. Vervolgens wordt nader ingegaan op de gevolgen van een oneervol en eervol ontslag voor de WW-uitkering. Daarna wordt het eigen risicodragerschap van de overheidswerkgever voor de Werkloosheidswet behandeld. Dit artikel wordt afgesloten met een conclusie.

Het gesloten ontslagstelsel voor ambtenaren

Het ontslagrecht in het ambtenarenrecht kent een gesloten stelsel. Dit betekent dat het ontslag van een ambtenaar alleen gebaseerd kan zijn op de gronden die in de toepasselijke regeling genoemd zijn. In dit gesloten stelsel is een onderscheid te maken tussen ontslaggronden waarbij de ambtenaar eervol wordt ontslagen en ontslaggronden waarbij de ambtenaar oneervol ontslag verleend wordt. Het Algemeen Rijksambtenarenreglement (ARAR) evenals de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling-Uitvoeringsovereenkomst (CAR-UWO) (of een ander toegepast rechtspositiereglement, zoals het BARP) bepalen wanneer een ontslag al dan niet eervol wordt verleend.

Je kunt je echter de vraag stellen of het ontslagstelsel bij ambtenaren wel echt een gesloten stelsel is. De meeste rechtspositiereglementen kennen namelijk een ontslaggrond waarin door het bevoegde orgaan besloten kan worden om een ambtenaar eervol te ontslaan op andere gronden. Met deze ontslaggrond lijkt het gesloten ontslagstelsel doorbroken te worden. Daardoor kan zich de situatie voordoen waarin de overheidswerkgever en de ambtenaar gezamenlijk tot de conclusie komen dat een vruchtbare voorzetting van de aanstelling van de ambtenaar niet meer zinvol is. Bijvoorbeeld indien de arbeidsverhouding duurzaam verstoord is of de karakters niet (meer) te verenigen zijn.

Omdat in het ambtenarenrecht een gesloten stelsel van ontslaggronden geldt, betekent dit dat, als een vruchtbare voortzetting van de aanstelling van de ambtenaar niet wenselijk is, het niet mogelijk zou zijn om de aanstelling te beëindigen. Er is immers geen sprake van disfunctioneren, ziekte, ontslag wegens het bereiken van pensioengerechtigde leeftijd of strafontslag. Met andere woorden: als er geen mogelijkheid zou zijn om een ambtenaar op andere gronden ontslag te verlenen, dan zou de ambtenaar indien de arbeidsverhouding duurzaam verstoord zou zijn in dat geval geen ontslag verleend kunnen worden.

Als een vruchtbare samenwerking niet meer te verwachten is, kan het bevoegde orgaan besluiten om de ambtenaar te ontslaan op andere gronden. Weliswaar wordt dit besluit eenzijdig genomen, maar de meeste rechtspositieregelingen bepalen dat als sprake is van een ontslag op andere gronden het bevoegde orgaan een regeling treft met de betreffende ambtenaar. Naast het toekennen van een WW-uitkering inclusief boven- en nawettelijke

WW-uitkering kan er, als sprake is van ontslag op andere gronden, ook ruimte zijn om andere afspraken te maken. Daarbij kan gedacht worden aan het aanbieden van opleidingen of cursussen die de werkloos geworden ambtenaar gaat volgen of het krijgen van een proefplaatsing elders. In sommige gevallen kan de overheidswerkgever zelfs een additionele schadevergoeding betalen, deze komt dus bovenop de WW-rechten.

 

In een normale situatie bij een ontslag op andere gronden treden de overheidswerkgever en de ambtenaar in overleg over de wijze waarop de aanstelling van de betreffende ambtenaar beëindigd gaat worden. De praktijk leert dat de overheidswerkgever soms geneigd is om, in het geval een ontslag op andere gronden, zonder enig overleg en buiten de rechtspositiereglementen eenzijdig de inhoud van de regeling vast te stellen. In dat geval loopt de ambtenaar het grote risico dat de overheidswerkgever alleen zijn eigen belangen beschermt en op geen enkele wijze rekening houdt met de belangen die de ambtenaar heeft en daarmee ernstige afbreuk kan doen aan de rechten van de ambtenaar.

 

Eervol ontslag is nog geen garantie op een WW-uitkering

Is het ontslag wel eervol verleend dan is nog steeds niet met zekerheid te zeggen dat de ambtenaar aanspraak maakt op een WW-uitkering. Ook bij eervol ontslag kan het zijn dat het UWV een WW-uitkering weigert. Een dergelijke situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen bij een ontslag wegens ongeschiktheid of onbekwaamheid.
Een ontslag wegens ongeschiktheid of onbekwaamheid wordt verleend indien de betreffende ambtenaar een bepaalde mate van kwaliteiten of eigenschappen blijkt te missen waardoor niet langer gevergd kan worden van de overheidswerkgever dat de ambtenaar zijn functie uitoefent. In zowel het ARAR als in het CAR-UWO is bepaald dat een ontslag wegens ongeschiktheid of onbekwaamheid eervol wordt verleend.
Het ontslag wegens ongeschiktheid of onbekwaamheid heeft voor de betreffende ambtenaar niet direct tot gevolg dat hij of zij een aanvraag voor een WW-uitkering moet indienen. Zo is bijvoorbeeld de gemeentelijke overheidswerkgever verplicht een ambtenaar, die ontslagen wordt wegens ongeschiktheid of onbekwaamheid, gedurende een periode te helpen om te re-integreren in een andere functie. Deze re-integratie kan zowel binnen de eigen organisatie zijn maar ook bij een andere (overheids-)werkgever. Ook kan besloten worden om de betreffende werknemer bij een particuliere werkgever te re-integreren.
Hoewel het buiten de strekking van dit artikel ligt om verder uit te wijden over het ontslag wegens ongeschiktheid of onbekwaamheid is het toch van belang hier te vermelden dat u tijdig (dus nog voordat het ontslagbesluit wordt genomen) juridisch advies moet inwinnen indien zich een ontslag wegens ongeschiktheid of onbekwaamheid aandient. Zeker het re-integratietraject kan voor de ambtenaar tot gevolg kan hebben dat de ambtenaar niet alleen een inkomensverlies heeft, maar bijvoorbeeld ook (forse) pensioenschade.
Op het moment dat het re-integratietraject van de ambtenaar die wegens ongeschiktheid of onbekwaamheid ontslag is verleend niet met succes is afgerond kan de betreffende ambtenaar bij het UWV een aanvraag indienen voor een WW-uitkering. Het UWV toetst vervolgens of de ongeschiktheid niet te wijten is aan de nalatigheid van ambtenaar. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als blijkt dat de ambtenaar geen enkele aangeboden cursus of opleiding daadwerkelijk heeft gevolgd of het verzoek om een uitkering te laat indient.

Als het UWV vraagtekens zet bij de vraag of de ambtenaar een uitkering toegekend moet krijgen zal het UWV navraag doen bij de overheidswerkgever en de ambtenaar en zullen bewijsstukken overlegd moet worden. Het UWV toetst in dit geval dus niet marginaal maar meer inhoudelijk of de ambtenaar recht heeft op een WW-uitkering. Dit heeft te maken met het feit dat een overheidswerkgever eigen risicodrager is voor de WW-uitkering.

 

Gevolg van oneervol ontslag

Zoals gezegd vindt een ontslag van een ambtenaar plaats door middel van een besluit van het daartoe bevoegde bestuursorgaan. Het bevoegde bestuursorgaan bepaalt dus ook op welke grond een ambtenaar ontslagen wordt. Daarmee bepaalt het bestuursorgaan ook of het ontslag eervol is of niet. Voor de ambtenaar tegen wie een besluit tot oneervol ontslag is gericht kan dit grote gevolgen hebben. Op het moment dat een ambtenaar oneervol wordt ontslagen betekent dit dat het bestuursorgaan van mening is dat het aan de betreffende ambtenaar te wijten is dat hij of zij is ontslagen. Een voorbeeld van een grondslag waarop een ambtenaar oneervol ontslag wordt verleend is de disciplinaire maatregel van strafontslag. Deze ontslaggrond wordt opgelegd indien sprake is van (ernstig) plichtsverzuim. Of sprake is van een (ernstig) plichtsverzuim is afhankelijk van de omstandigheden van het geval.
De ambtenaar die door het ontslagbesluit werkloos is geworden en geen ander inkomen heeft, is aangewezen op een uitkering op basis van de Werkloosheidswet. In de Werkloosheidswet is bepaald dat iemand die een uitkering op grond van deze wet aanvraagt niet verwijtbaar werkloos mag zijn geworden. Bij de toetsing van de aanvraag voor een WW-uitkering van de ambtenaar die ontslagen is, toetst het UWV marginaal of de ambtenaar recht heeft op een WW-uitkering. Indien de ambtenaar niet eervol ontslagen is, is het vrijwel zeker dat het UWV geen WW-uitkering aan de betreffende ambtenaar toekent. Het oneervolle ontslagbesluit heeft voor de ambtenaar tot gevolg dat zijn aanvraag voor een WW-uitkering vrijwel zeker wordt geweigerd.

Het eigen risicodragerschap

De Werkloosheidswet is een werknemersverzekering. Dit betekent dat alleen werknemers of ambtenaren aanspraak kunnen maken op een uitkering die gebaseerd is op de Werkloosheidswet. De uitkeringen die door het UWV betaald worden, worden betaald uit de premies die worden afgedragen door de werkgevers en werknemers.
Gezien deze systematiek zou dit betekenen dat de overheidswerkgever eerst premies aan het UWV (ook een overheidsinstantie) zouden moeten afdragen, zodat het UWV vervolgens weer de werkloos geworden ambtenaren kan betalen. Deze constructie leidt tot het onnodig schuiven met overheidsgeld. Daarom is besloten dat de overheidswerkgevers eigen risicodrager zijn voor de WW-uitkeringen. Dit betekent dat de overheidswerkgever geen premies hoeft te betalen voor de WW en de overheidswerkgever zelf moet zorgen voor de re-integratie van de werkloze ambtenaren. Wel betaalt het UWV de WW-uitkering aan een werkloos geworden ambtenaar, maar vervolgens verhaalt het UWV de WW-uitkering op de overheidswerkgever.

Conclusie
Het gesloten stelsel van ontslaggronden voor ambtenaren maakt dat er in beginsel duidelijkheid bestaat of een ambtenaar bij zijn ontslag aanspraak kan maken op een WW-uitkering. Toch geldt dat, ook al is in de toepasselijke rechtspositieregeling bepaald dat het ontslag eervol wordt verleend, het van de wijze van motivering van het ontslagbesluit afhankelijk is of de ambtenaar aanspraak maakt op een WW-uitkering. Feitelijk besluit de overheidswerkgever daarmee niet alleen eenzijdig of een ambtenaar ontslag wordt verleend maar ook of de betreffende ambtenaar aanspraak maakt op een WW-uitkering. Ook lijkt daarmee het gemaakte onderscheid tussen niet eervol en eervol verleend ontslag niet altijd van doorslaggevende aard te zijn of een ambtenaar aanspraak kan maken op een WW-uitkering.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.