Digitaal procederen

De Nederlandse maatschappij digitaliseert. De rechterlijke macht wil daarop aansluiten en heeft dan ook als volgende stap voor ogen om gerechtelijke procedures te digitaliseren. In dit verband heeft minister Van Opstelten op 24 oktober 2013 een wetsvoorstel digitaal procederen ingediend. Dit wetsvoorstel sluit aan op het samenwerkingsproject van het ministerie en Raad voor de Rechtspraak, genaamd Kwaliteit en Innovatie rechtspraak (KEI). Het samenwerkingsproject KEI heeft als doel de rechtspraak te vernieuwen.

Met het wetsvoorstel digitaal procederen wil Van Opstelten bereiken dat de rechterlijke macht toegankelijker wordt en een eenvoudiger rechtsgang kan bieden in zowel het burgerlijk als het bestuursprocesrecht. De nadruk komt te liggen op vroegtijdig contact met en sturing door de rechter, waardoor een procedure sneller en goedkoper doorlopen kan worden. Dit moet de kwaliteit van de rechtspraak ten goede komen – de rechter is namelijk in een vroeg stadium al bekend met de inhoud van de kwestie – en maakt dat de rechtspraak zich meer kan aansluiten bij de eisen van de tijd. Van Opstelten heeft daarbij vijf wezenlijke veranderingen voor ogen ten aanzien van de nieuwe civiele basisprocedure:

1. de procesinleiding zal bestaan uit één verzoekschrift (de huidige dagvaarding komt te vervallen) en de basisprocedure zal bestaan uit één schriftelijke ronde en een mondelinge behandeling, waarna een uitspraak volgt;

2. het zal niet meer verplicht zijn om een dagvaarding te laten betekenen;

3. de te hanteren termijnen, voor zowel partijen maar ook voor de rechter, worden aangescherpt;

4. vanaf het begin van de procedure neemt de rechter de verantwoordelijkheid voor het verloop van de zaak op zich;

5. alle civiele en bestuursrechtelijke procedures kunnen digitaal starten via een webportaal van de rechterlijke macht. Ook processtukken kunnen digitaal worden ingediend. Daarnaast wordt een vonnis of beschikking via het webportaal digitaal beschikbaar gesteld.

Op 14 januari 2014 heeft de Raad voor de Rechtspraak gereageerd op het wetsvoorstel. In hoofdlijnen is de Raad positief over het wetsvoorstel, zodat het op een groot draagvlak kan rekenen. Maar er zijn ook zorgen geuit, zoals de vraag hoe het digitaal procederen daadwerkelijk moet worden ingevoerd en welke kosten daaraan verbonden zitten. Komend jaar wordt hier actief mee aan de slag gegaan. Stap voor stap wordt er naar het digitaal procederen toegewerkt.

Momenteel is er al sprake van een voorloper op het digitaal procederen, namelijk het project e-Kantonrechter. De relatief eenvoudige kwesties worden daarbij digitaal aan de kantonrechter voorgelegd. Op dit moment kunnen alleen rechtsbijstandsverzekeraars gebruikmaken van deze mogelijkheid, maar dit jaar zal de e-Kantonrechter door een breder publiek  kunnen worden benaderd. Hiermee wordt een brug geslagen naar de doelstelling om vanaf 2015 het digitaal procederen verplicht te maken voor bedrijven en particulieren met gemachtigden.

Het voordeel van digitaal procederen

Vooruitlopend op de feiten; wat voor voordeel heeft het digitaal procederen voor u? Dit is zonder meer de snelheid waarop geprocedeerd kan worden. U heeft binnen enkele weken duidelijkheid (uitgangspunt is een uitspraak binnen 8 weken), daar waar huidige procedures kunnen uitmonden in voortslepende kwesties. Digitaal procederen is daarmee doelgericht en zal een positieve werking hebben op de emotionele impact die een procedure met zich kan meebrengen. Daarnaast zal het een positieve werking hebben op de hoogte van de totale proceskosten. Het is nu enkel wachten tot deze wijze van procederen volledig binnen de rechtspraak is uitgerold. Zijn er belangrijke ontwikkelingen op dit gebied, dan zullen wij u hierover informeren. Houdt u daarvoor onze website in de gaten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.