Geluidsopname als bewijsstuk in een arbeidsconflict?

U heeft, zonder toestemming van werkgever, een geluidsopname gemaakt. Mag u deze opname als bewijsstuk in het geding brengen? Hierover deed de Kantonrechter Amsterdam op 30 augustus 2010 uitspraak.

De Kantonrechter Amsterdam overwoog dat er een geheime geluidsopname door de werknemer ook toegestaan kan worden als bewijs. In deze zaak vroeg de werkgever zelfs of het gesprek werd opgenomen en de werknemer ontkende dit. Waarom zou u, als werknemer, dan nog terughoudend zijn om een geluidsopname te maken voor bewijs?

Voordat geluidsopnames rechtmatig genoemd  mogen worden, moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan. In de Wet Bescherming Persoonsgegevens zijn deze voorwaarden opgenomen voor gegevens van identificeerbare personen. Er moet onder andere sprake zijn van een gerechtvaardigd doel dat duidelijk is omgeschreven en slechts in een aantal gevallen mogen gegevens worden opgenomen/verwerkt. Bijvoorbeeld als het noodzakelijk is voor de uitvoering van een overeenkomst waarbij de betrokkene partij is, zoals een arbeidsovereenkomst.  Voordat in het geheim verkregen  bewijs rechtmatig genoemd mag worden gelden uiteraard strengere eisen. Als niet aan de eisen wordt voldaan is het bewijs dus onrechtmatig verkregen. Echter, als sprake is onrechtmatig verkregen bewijs wil dat nog niet zeggen dat de rechter het in een zaak niet mag gebruiken!

De Kantonrechter Amsterdam overwoog dat onrechtmatig verkregen bewijs enkel niet gebruikt mag worden als sprake is van “rechtens ontoelaatbare inbreuk op de privacy (..), zulks op basis van bijkomende omstandigheden die deze conclusie rechtvaardigen.”  Daarbij verwijst de rechter naar een eerdere uitspraak van de Hoge Raad. Zoals de Kantonrechter Maastricht  het verwoordt moeten de (met de inbreuk aangetaste) belangen  van de werknemer dan wel werkgever worden afgewogen. Het enkele feit dat de werkgever er niet op bedacht is dat de gesprekken zouden worden opgenomen maakt het geen ontoelaatbare inbreuk op de privacy. Dus ook niet als de werkgever specifiek heeft gevraagd of de gesprekken worden opgenomen en de werknemer dat heeft ontkend. Wel acht de kantonrechter dit een omstandigheid die bij de beoordeling van het goed werknemerschap aan de orde kan komen. De eventuele vergoeding die een werknemer bij ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt toegekend zal in dat geval lager uit kunnen vallen. De rechter zal daarbij ook kijken naar de (uiterste) noodzaak van de opname als bewijsmiddel. Er kunnen namelijk gegronde redenen zijn om de geluidsopname te maken, bijvoorbeeld om het onfatsoenlijke gedrag van een werkgever in een procedure aan de orde te stellen.

Overigens is voor het inbrengen van de geluidsopname in de rechtszaak geen toestemming van de andere partij, of toestemming, verzoek of opdracht van de rechter vereist.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.