AOW-leeftijd en ontslag ambtenaar

Lange tijd gold binnen de overheidssector de regel dat een ambtenaar bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd ontslag kreeg. Vanaf het najaar van 2006 geldt die regel niet meer. Dat betekent dat een ambtenaar nu niet meer perse gedwongen met pensioen hoeft als hij de pensioengerechtigde leeftijd bereikt. In dit artikel wordt ingegaan op welke mogelijkheden u als ambtenaar heeft indien u de pensioengerechtigde leeftijd bereikt en u toch langer wilt doorwerken.

Algemeen wordt aangenomen dat  mensen steeds langer leven en daarmee ligt de gemiddelde levensverwachting een stuk hoger dan jaren geleden. Ook wordt algemeen aangenomen dat mensen gezonder leven, op hogere leeftijd nog vitaler zijn in vergelijking met vroeger en dus ook graag langer bezig zijn met een zinvolle invulling van hun dagelijkse bezigheden. Uit recente cijfers van het CBS (januari 2013) blijkt dat 40 procent van de werknemers op of na hun 65e jaar met pensioen zijn gegaan.

Om de verhoging van pensioengerechtigde leeftijd is de afgelopen jaren genoeg te doen geweest. De stand van zaken is nu dat het huidige kabinet afspraken heeft gemaakt om na 2015 de pensioengerechtigdeleeftijd op basis van de Algemene Ouderdomswet (hierna: AOW) tot 2018 versneld te verhogen van 65 jaar naar 66 jaar en daarna te verhogen tot 67 jaar in 2021. Daarna zou de pensioengerechtigde leeftijd verder verhoogd worden doordat die leeftijd gekoppeld wordt aan de levensverwachting. Het kabinet heeft verschillende maatregelen genomen om het langer doorwerken (fiscaal) te stimuleren.

In het recente verleden zijn bij het hoogste Europese rechtscollege, het Hof van Justitie in Luxemburg, procedures gevoerd (bijvoorbeeld 16 oktober 2011 JAR 2007) over de vraag of iemand ontslagen kon worden omdat hij een bepaalde leeftijd (bijvoorbeeld de pensioengerechtigde leeftijd) had bereikt. Het Hof oordeelde dat als iemand ontslag wordt verleend vanwege zijn leeftijd er sprake is van discriminatie op grond van leeftijd en dat om die reden het ontslag in strijd is met het Europese recht. Toch oordeelde het Hof dat er van een dergelijke discriminatie geen sprake is als in het nationaal recht een bepaling is opgenomen die voorziet in het verlenen van ontslag bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd.

Voor ambtenaren in Nederland die werkzaam zijn bij een gemeente is een dergelijke bepaling in het CAR-UWO opgenomen. Artikel 8:2 CAR-UWO bepaalt namelijk dat de ambtenaar eervol ontslag verleend wordt met ingang van de dag waarop hij de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt. Op grond daarvan kan in beginsel de ambtenaar bij het bereiken van de AOW-leeftijd ontslag worden verleend. Eenzelfde geldt overigens ook op grond van het ARAR voor rijksambtenaren.

Het CAR-UWO en het ARAR bieden voor ambtenaren daarnaast ook mogelijkheden om na hun AOW-leeftijd door te werken. Voor rijksambtenaren geldt dat zij mogen doorwerken, tenzij er een zwaarwegend belang dienstbelang is. U kunt als rijksambtenaar een verzoek om langer door te werken indienen bij uw werkgever. Als ambtenaar in dienst bij een gemeente kunt u daarvoor ook een verzoek bij uw werkgever indienen. Stemt uw werkgever in dat geval met uw verzoek om langer te mogen doorwerken in, dan zijn er in beginsel twee manieren waarop u en uw werkgever de arbeidsrelatie tot uitdrukking kan te brengen. Allereerst kunt u kiezen om uw huidige aanstelling, met de arbeidsvoorwaarden zoals die al voor uw pensioengerechtigde leeftijd golden, door te laten lopen. Daarnaast kan ook gekozen worden voor de variant waarin uw huidige aanstelling eindigt en uw werkgever u een nieuwe aanstelling verleend. Voor beide alternatieven geldt dat die invloed kunnen hebben op de pensioenrechten dat u later zult ontvangen.

Weigert uw werkgever uw verzoek als gemeentelijke ambtenaar om langer door te mogen werken omdat uw werkgever vindt dat daarvoor geen (bijzondere) reden is of dat, in het geval de rijksambtenaar, juist sprake zou zijn van een zwaarwegend dienstbelang, dan ontstaat een gehele andere situatie. In dat geval zal de werkgever zijn besluit goed moeten onderbouwen. Belangrijk kan daarbij zijn het geldende intern beleid dat betrekking heeft op het doorwerken na de AOW-leeftijd, de feiten en omstandigheden van uw specifieke geval en het antwoord op de vraag of er in het verleden al bijvoorbeeld medewerkers na hun AOW-leeftijd van uw werkgever hebben mogen doorwerken. Heeft bijvoorbeeld een (directe) collega van u na zijn pensioenleeftijd nog een periode doorgewerkt dan kan uw werkgever u dat niet zomaar weigeren. In dat geval kan juridische bijstand u helpen om uw werkgever tot ander inzicht te dwingen.

Yuris Rechtshulp B.V. kan u bijstaan in het onderhandelen met uw werkgever over het verder voortzetten van ubw dienstverband na uw pensioengerechtigde leeftijd. Ook kunnen wij u adviseren op welke wijze het voor u het gunstigste is om het dienstverband voort te zetten. Neem daarvoor gerust contact op met een van onze juristen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.